Citaat | Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 35 Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1763.

3.5. Het vorenstaande brengt mee dat de omstandigheid dat de verdachte van bepaalde feiten is vrijgesproken er niet zonder meer aan in de weg staat dat die feiten in het kader van de ontnemingsprocedure als “soortgelijke feiten” of “feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd” als bedoeld in art. 36e, tweede lid, Sr in aanmerking worden genomen (vgl. HR 13 april 1999, NJ 1999, 483).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68b5978b492d4144f93e2d84c3ce79b512db12dfa3b6b3beb32b3c4b3fa5dc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68b5978b492d4144f93e2d84c3ce79b512db12dfa3b6b3beb32b3c4b3fa5dc51, en de alinea staat in dat document op bytes 14837 tot 15273.