Citaat | Hoge Raad 29 mei 2001
Alinea 22 Hoge Raad 29 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1818.
3.4. De in het middel gewraakte verklaring zoals hiervoor onder 3.1 weergegeven kan medewerken tot het bewijs dat bij de verdachte, nu hij op het moment dat hij in dat partycentrum arriveerde enkele journalisten herkende, in ieder geval vanaf dat moment tenminste het voorwaardelijk opzet aanwezig was, in die zin dat hij nadien bij het toespreken van die vergadering - ook al zou deze op zichzelf niet voor een ieder toegankelijk zijn - zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat uitlatingen van hem zouden worden gepubliceerd en ter kennis van het publiek zouden komen, hetgeen naar het Hof heeft vastgesteld ook is gebeurd. Aldus verstaan kan die verklaring medewerken tot het bewijs van de in de telastelegging verweten gedragingen - het opruien en aanzetten tot - waarin opzet besloten ligt en de omstandigheid dat deze in het openbaar zijn verricht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bec8fb081edeafd6d14d1640481f071ba39825101f5b5ea0db20c6903fbb321e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bec8fb081edeafd6d14d1640481f071ba39825101f5b5ea0db20c6903fbb321e, en de alinea staat in dat document op bytes 8027 tot 8924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bec8fb081edeafd6d14d1640481f071ba39825101f5b5ea0db20c6903fbb321e | shasum -a 256