Citaat | Hoge Raad 30 mei 2001

Alinea 14 Hoge Raad 30 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1837.

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Op of omstreeks 20 november 1997 heeft A AB, een naar het recht van Zweden opgericht en aldaar gevestigd lichaam, f 64.995.800 geldmiddelen ingebracht in B B.V., waarvan A AB alle aandelen houdt. Over deze storting heeft B B.V. kapitaalsbelasting voldaan. B B.V. houdt alle aandelen in vier Nederlandse vennootschappen. Direct na de storting in B B.V. heeft deze vennootschap in die vennootschappen de volgende stortingen verricht: f 7.846.769 in X-1 B.V., f 14.289.794 in C B.V., f 37.145.128 in D B.V. en f 6.626.661 in E B.V. Vervolgens heeft X-1 B.V. f 5.034.775 gestort op de aandelen van belanghebbende, waarvan X-1 B.V. alle aandelen houdt. Het verschil tussen het in X-1 B.V. gestorte bedrag van f 7.846.769 en het door haar in belanghebbende gestorte bedrag van f 5.034.775 heeft X-1 B.V. aangewend ter aanzuivering van in het verleden geleden verliezen. Alle voormelde stortingen zijn door de ontvangende vennootschappen geboekt als agio. De stortingen maakten deel uit van een interne reorganisatie die op 2 januari 1998 haar beslag heeft gekregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bb7ecc8c740adb02b0a8e185a0c67d4fc6daba58c39405e9d49133d1e264076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bb7ecc8c740adb02b0a8e185a0c67d4fc6daba58c39405e9d49133d1e264076, en de alinea staat in dat document op bytes 5596 tot 6724.