Citaat | Hoge Raad 30 mei 2001
Alinea 16 Hoge Raad 30 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1837.
3.3. De stukken van het geding laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat direct voorafgaande aan de inbreng van geldmiddelen door X-1 B.V. in belanghebbende, het vermogen van X-1 B.V. naast de deelneming in belanghebbende en het in belanghebbende in te brengen geldbedrag, bestond uit het in 3.1 bedoelde verschil van f 2.811.994 en een bedrag aan schulden in dezelfde orde van grootte, welke schulden kort nadien in het kader van de reorganisatie uit dit verschil zijn afgelost. Deze situatie kan op één lijn worden gesteld met de situatie waarin direct voorafgaande aan de inbreng van geldmiddelen door X-1 B.V. in belanghebbende het vermogen van X-1 B.V. slechts zou hebben bestaan uit de deelneming in belanghebbende en het in belanghebbende in te brengen bedrag. Gelet op hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in rechtsoverweging 4.4 van zijn arrest van 29 augustus 1997, nr. 31890, BNB 1997/344, moet derhalve worden geoordeeld dat belanghebbende het gehele vermogen van een ander lichaam, als bedoeld in artikel 37, lid 2, letter b, van de Wet, heeft verworven. Het middel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bb7ecc8c740adb02b0a8e185a0c67d4fc6daba58c39405e9d49133d1e264076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bb7ecc8c740adb02b0a8e185a0c67d4fc6daba58c39405e9d49133d1e264076, en de alinea staat in dat document op bytes 7484 tot 8594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bb7ecc8c740adb02b0a8e185a0c67d4fc6daba58c39405e9d49133d1e264076 | shasum -a 256