Citaat | Hoge Raad 8 juni 2001

Alinea 36 Hoge Raad 8 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2020.

3.2 [Eiseres 1] en [eiseres 2] - de weduwe, resp. de dochter van [betrokkene A], hierna tezamen ook: [eiseres] c.s. - hebben Hertel in oktober 1994 aansprakelijk gesteld voor de door hen ten gevolge van het overlijden geleden schade. Zij hebben in de onderhavige procedure vergoeding van die schade, op te maken bij staat, gevorderd. De Kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen op de grond dat deze zijn verjaard. De Rechtbank heeft in rov. 8 van het tussenvonnis - in cassatie onbestreden - overwogen dat de vorderingen van [eiseres] c.s. niet zijn verjaard voorzover deze de schade betreft die zij als nabestaanden lijden, en heeft in rov. 13 van haar tussenvonnis - eveneens in cassatie onbestreden - overwogen dat Hertel aansprakelijk is voor de gevolgen van de ziekte asbestose waaraan [betrokkene A] is overleden. Zij heeft in haar eindvonnis de vorderingen van [eiseres] c.s., behoudens voor wat betreft de kosten van lijkbezorging, afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efa5e2a6dc27b5d9bee6345e4b468e24ca5dd5581f06cfed4634897066cd9b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efa5e2a6dc27b5d9bee6345e4b468e24ca5dd5581f06cfed4634897066cd9b8, en de alinea staat in dat document op bytes 8423 tot 9393.