Citaat | Hoge Raad 8 juni 2001

Alinea 51 Hoge Raad 8 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2020.

In rov. 13 van het tussenvonnis wordt niet het bestaan van overlijdensschade aannemelijk geacht, maar wordt aangegeven welke schade op grond van het bepaalde in art. 1406 (oud) BW voor vergoeding in aanmerking komt. In rov. 16 heeft de Rechtbank voorts vastgesteld dat de gevorderde overlijdensschade onvoldoende was onderbouwd en dat [eiseres] c.s. (alsnog) gemotiveerd dienden aan te geven in hoeverre bij [eiseres 1] sprake is van gederfd levensonderhoud als gevolg van het overlijden van [betrokkene A] en dat zij hun berekening tevens dienden te onderbouwen. De klacht mist in zoverre feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efa5e2a6dc27b5d9bee6345e4b468e24ca5dd5581f06cfed4634897066cd9b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efa5e2a6dc27b5d9bee6345e4b468e24ca5dd5581f06cfed4634897066cd9b8, en de alinea staat in dat document op bytes 16404 tot 17028.