Citaat | Hoge Raad 8 juni 2001
Alinea 52 Hoge Raad 8 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2020.
De klacht faalt voor het overige. De rechter die moet beslissen op een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat, kan op grond van het bepaalde in art. 612 Rv., indien hij de mogelijkheid daartoe aanwezig acht, niettemin reeds in de procedure betreffende de hoofdzaak tot een schadevaststelling komen. Hij kan onder meer hiertoe overgaan indien de eisende partij zelf reeds een schadeberekeningen heeft overgelegd. In de onderhavige zaak hadden [eiseres] c.s. al een schaderapport overgelegd. Mede op grond van de betwisting daarvan door Hertel heeft de Rechtbank [eiseres] c.s. in de gelegenheid gesteld tot een nadere onderbouwing van het door hen overgelegde rapport. De Rechtbank, die klaarblijkelijk ervoor had gekozen de omvang van de schade in de hoofdzaak vast te stellen en die [eiseres] c.s. in de gelegenheid had gesteld het als schadevergoeding gevorderde bedrag nader te onderbouwen, was vervolgens niet meer verplicht de zaak naar de schadestaatprocedure te verwijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efa5e2a6dc27b5d9bee6345e4b468e24ca5dd5581f06cfed4634897066cd9b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efa5e2a6dc27b5d9bee6345e4b468e24ca5dd5581f06cfed4634897066cd9b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17036 tot 18042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5efa5e2a6dc27b5d9bee6345e4b468e24ca5dd5581f06cfed4634897066cd9b8 | shasum -a 256