Citaat | Hoge Raad 12 juni 2001
Alinea 46 Hoge Raad 12 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2064.
3.4. Aldus heeft het Hof - dat hetgeen aan dat verweer ten grondslag is gelegd in het midden heeft gelaten zodat van de juistheid daarvan in cassatie moet worden uitgegaan - zijn beslissing niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het Hof had immers moeten doen blijken een onderzoek te hebben ingesteld naar de vraag of en zo ja gedurende welke periode na het vonnis van de Rechtbank de verdachte aan een psychose leed en niet in staat was te beoordelen of hoger beroep diende te worden ingesteld. Een termijnoverschrijding gedurende een zodanige periode zou de verdachte niet kunnen worden toegerekend. In dat geval is de verdachte ontvankelijk in het door hem ingestelde rechtsmiddel indien hij, nadat een verhindering als hiervoor bedoeld is opgeheven, alsnog zo spoedig mogelijk hoger beroep heeft ingesteld of doen instellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb01daf1e15b973cae364592139c33ead37c2220ceb26f9371f46eefba5262e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb01daf1e15b973cae364592139c33ead37c2220ceb26f9371f46eefba5262e7, en de alinea staat in dat document op bytes 11657 tot 12506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb01daf1e15b973cae364592139c33ead37c2220ceb26f9371f46eefba5262e7 | shasum -a 256