Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 103 Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2148.

8) Middel I is opgebouwd uit vier onderdelen en gericht tegen r.o. 5.5 van het arrest van het hof.(4) Het klaagt erover dat het hof heeft geoordeeld dat de rechtbank de procedures Coopers I en Coopers II terecht separaat heeft behandeld en dat zij hetgeen in die procedures was gesteld, terecht niet als een complex van onderling samenhangende feiten heeft bezien (onderdeel 1). Zulks volgens onderdeel 2 ten onrechte, omdat hetgeen in Coopers I en Coopers II is gesteld, een complex van samenhangende feiten betreft, waardoor verscheidene personen benadeeld zijn en omdat de verwerende partijen nauw aan elkaar gelieerd zijn en in beide feitelijke instanties door dezelfde procureur zijn vertegenwoordigd. Elk der verwerende partijen wist derhalve waarop zij haar verweer te richten had, temeer daar eisers in de ene procedure steeds naar de andere procedure hebben verwezen. Onderdeel 3 voert aan dat de verwerende partijen niet hebben gesteld of aannemelijk gemaakt welke benadeling het gevolg zou zijn van de aanpak van eisers en dat het hof hierin evenmin inzicht heeft gegeven. Op grond hiervan wordt er in onderdeel 4 over geklaagd dat het hof ten onrechte de in de ene procedure aangevoerde feiten niet heeft betrokken in zijn oordeelvorming in de andere procedure en het ten onrechte van oordeel is geweest dat de rechtbank zulks niet had moeten doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194, en de alinea staat in dat document op bytes 35149 tot 36523.