Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 105 Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2148.

"Het subonderdeel (...) berust (...) op de opvatting dat het overleggen van processtukken uit een andere procedure met de verklaring dat de inhoud daarvan als "hier herhaald en geïnsereerd" heeft te gelden, voldoende is om hetgeen in die stukken aan stellingen en feiten is te vinden te beschouwen als aangevoerd in het geding waarin dat overleggen en die verklaring hebben plaatsgevonden, en aldus als mede aan het in dat geding gedane verzoek of gevoerde verweer ten grondslag gelegd. Deze opvatting is onjuist. De partij die zulke stellingen en feiten wil inroepen, dient dit op een zodanige wijze te doen dat voor de rechter duidelijk is wat hem als grondslag voor het verzoek of het verweer ter beoordeling wordt voorgelegd, en voor de wederpartij waarop hij zijn verdediging dient af te stemmen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194, en de alinea staat in dat document op bytes 37144 tot 37960.