Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 110 Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2148.

Wat betreft de klachten met betrekking tot de onrechtmatigheid van de rapportage jegens Landvision en [eiser 1] geldt het volgende. Het feit dat de tuchtrechter heeft geoordeeld dat niet is gehandeld overeenkomstig een voor het desbetreffende beroep geldende norm, dwingt de burgerlijke rechter niet tot het oordeel dat sprake is van wanprestatie of van een onrechtmatige daad (HR 15 november 1996, NJ 1997, 151). Vgl. Asser-Hartkamp III (1998), nr. 51k. En ook indien de gedraging onrechtmatig zou zijn in de zin van art. 6:162 BW, hangt het van de omstandigheden van het geval af of zij jegens de concrete gelaedeerde onrechtmatig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194, en de alinea staat in dat document op bytes 40740 tot 41390.