Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 44 Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2148.

3.2 De stellingen van [eiser] c.s. houden, zoals het Hof in rov. 5.9 van zijn arrest heeft overwogen, in dat de brief van [verweerder 3] van 5 april 1993 de indruk moest wekken en ook heeft gewekt - zulks in strijd met de waarheid - dat Landvision als directie van Landinvest er "een rommeltje van had gemaakt, wanbeleid had gepleegd en had gefraudeerd". In het bijzonder zou door deze brief de onjuiste indruk zijn gewekt dat Landvision voor ƒ 5 miljoen aan Landinvest had onttrokken en zou deze brief zijn gebruikt om het volgens [eiser] c.s. nietige ontslagbesluit van 15 december 1992 alsnog te helen, terwijl deze brief ook geschikt was om [eiser] c.s. tegenover derden (ernstig) in diskrediet te brengen. De op deze stellingen gebaseerde en in hoger beroep gewijzigde vorderingen van [eiser] c.s. - zoals hiervoor onder 1 weergegeven - zijn door het Hof, deels door bekrachtiging van het vonnis van de Rechtbank, afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194, en de alinea staat in dat document op bytes 11893 tot 12836.