Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 52 Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2148.

De onderdelen falen. Het Hof heeft in zijn rov. 5.11 vooropgesteld dat een veroordeling door de tuchtrechter (in casu: een schriftelijke waarschuwing) niet dwingt tot het oordeel dat sprake is van wanprestatie of een onrechtmatige daad. Dit - terecht niet bestreden - oordeel houdt in, zoals ook blijkt uit rov. 5.10 van 's Hofs arrest, dat het Hof in zijn oordeel heeft betrokken dàt en waarom aan [verweerder 3] te dezer zake een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat niet is komen vast te staan dat het rapport van [verweerder 3] onjuistheden bevat en dat Landvision en [eiser 1] geen afdoende verklaring hebben gegeven voor de vroegtijdige betalingen. Het Hof heeft in dit een en ander klaarblijkelijk reden gevonden om te oordelen dat de ernst van het hiervoor in 3.4 onder (b) bedoelde verzuim niet de conclusie rechtvaardigt dat [verweerder 3] onzorgvuldig te werk is gegaan. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en ook niet ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194, en de alinea staat in dat document op bytes 15238 tot 16258.