Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001
Alinea 53 Hoge Raad 15 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2148.
3.6 Middel III keert zich, tevergeefs, tegen rov. 5.12, 5.15 en 5.16 van het bestreden arrest. Het middel klaagt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het van oordeel is dat [eiser] c.s. onvoldoende relevante feiten hebben aangevoerd. Het middel ziet eraan voorbij dat het Hof niet gehouden was alle door [eiser] c.s. aangevoerde stellingen te bespreken. Voor zover het middel strekt ten betoge dat het Hof essentiële stellingen van [eiser] c.s. onbesproken heeft gelaten, voldoet deze klacht niet aan de daaraan ingevolge art. 407 lid 2 Rv. te stellen eis dat het middel moet aangeven welke stellingen het op het oog heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194, en de alinea staat in dat document op bytes 16296 tot 16946.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30d799fc77c4ee8d5724f6e12cb7fe294bf555f569c25e22cc9ea64597462194 | shasum -a 256