Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 46 Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2174.

In het thans in cassatie bestreden vonnis heeft de Rechtbank appelgrief I van WE ongegrond bevonden en geoordeeld dat de Kantonrechter Innovest terecht als procespartij heeft aangemerkt (rov. 5.3). Onderdeel 1, dat dit oordeel als onjuist bestrijdt, is tevergeefs voorgesteld. Na de verwijzing door de Hoge Raad van het geding naar de Kantonrechter is het geding bij die instantie heropend om te worden voortgezet en verder te worden berecht met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad (vgl. art. 424 Rv.). De situatie die is ontstaan doordat een als procespartij optredende rechtspersoon intussen als gevolg van een fusie is verdwenen en is opgegaan in een andere rechtspersoon, verschilt niet wezenlijk van het geval waarin zodanige fusie zich hangende het geding bij de Kantonrechter zou hebben voorgedaan. In laatstbedoeld geval zou de rechtsopvolger het geding in die instantie onder eigen naam hebben kunnen voortzetten, maar het geding in die instantie zou door haar ook op naam van de oorspronkelijke procespartij kunnen zijn voortgezet. Aangenomen moet dan ook worden dat ook in een geval als het onderhavige het geding na verwijzing op naam van de oorspronkelijke procespartij - Innovest - kon worden voortgezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1047f2c97cecb15061b74bca686339ba5b71dd98506f0bb4f9c97966007527fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1047f2c97cecb15061b74bca686339ba5b71dd98506f0bb4f9c97966007527fd, en de alinea staat in dat document op bytes 11898 tot 13138.