Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001
Alinea 52 Hoge Raad 15 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2174.
3.5 Onderdeel 2 bestrijdt met een rechtsklacht en een motiveringsklacht het oordeel van de Rechtbank dat het, kennelijk mede aan appelgrief II ten grondslag liggende, standpunt dat de voortzetting van de procedure na verwijzing door een oproeping of dagvaarding dient te worden ingeleid, "in zijn algemeenheid onjuist" is. Dit oordeel moet aldus worden verstaan dat weliswaar als uitgangspunt heeft te gelden dat de eisen van een goede procesorde meebrengen dat de wederpartij van degene die na verwijzing de zaak bij de rechter aanbrengt, door een dagvaarding of oproeping op de hoogte dient te zijn gebracht van de voortzetting van het geding, maar dat op dit uitgangspunt uitzonderingen denkbaar zijn. De rechtsklacht faalt omdat dit oordeel van de Rechtbank, aldus verstaan, niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1047f2c97cecb15061b74bca686339ba5b71dd98506f0bb4f9c97966007527fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1047f2c97cecb15061b74bca686339ba5b71dd98506f0bb4f9c97966007527fd, en de alinea staat in dat document op bytes 16654 tot 17497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1047f2c97cecb15061b74bca686339ba5b71dd98506f0bb4f9c97966007527fd | shasum -a 256