Citaat | Hoge Raad 6 juni 2001

Alinea 28 Hoge Raad 6 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2176.

3.4 De Ondernemingskamer heeft haar hiervoor in 3.2 vermelde oordeel in de eerste plaats gebaseerd op de omstandigheden dat (i) ondanks de overname van de reparatiewerf van Wilton-Feijenoord begin 1999 en de daarbij gegeven werkgelegenheidsgarantie reeds in april/mei 1999 werd gewerkt aan een afvloeiingsregeling voor 60% van het personeel en (ii) begin juni 1999 voor IJsselwerf surséance van betaling is aangevraagd (rov. 4.5). De Ondernemingskamer heeft het standpunt van YVC dat deze gang van zaken volledig kan worden verklaard uit de crisis die de internationale scheepsnieuwbouw eind 1998/eerste helft 1999 heeft doorgemaakt, vooralsnog verworpen. Daartegen keren zich de onderdelen 2 en 3 - onderdeel 1 bevat geen klacht - van het middel, doch tevergeefs. Het oordeel van de Ondernemingskamer dat deze omstandigheden, in samenhang bezien, erop kunnen wijzen dat gestreefd werd naar een beëindiging van de onderneming, is niet onbegrijpelijk en kan, als voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d645586e46b941edba6f479978f0dcb662c1ee1ed371679964e992dac6061c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d645586e46b941edba6f479978f0dcb662c1ee1ed371679964e992dac6061c6, en de alinea staat in dat document op bytes 8710 tot 9807.