Citaat | Hoge Raad 6 juni 2001
Alinea 29 Hoge Raad 6 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2176.
3.5 De onderdelen 4 tot en met 8 lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Zij kunnen bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. De Ondernemingskamer heeft immers niet beoordeeld of de surséance op zichzelf genomen al dan niet terecht was aangevraagd, doch zij heeft slechts een oordeel gegeven over de vraag of de gang van zaken twijfel kon doen rijzen met betrekking tot het voeren van een juist beleid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d645586e46b941edba6f479978f0dcb662c1ee1ed371679964e992dac6061c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d645586e46b941edba6f479978f0dcb662c1ee1ed371679964e992dac6061c6, en de alinea staat in dat document op bytes 9827 tot 10265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d645586e46b941edba6f479978f0dcb662c1ee1ed371679964e992dac6061c6 | shasum -a 256