Citaat | Hoge Raad 6 juni 2001
Alinea 30 Hoge Raad 6 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2176.
3.6 De onderdelen 9 tot en met 12 keren zich met een aantal rechts- en motiveringsklachten tegen rov. 4.6 van de beschikking. Deze klachten falen. De Ondernemingskamer heeft, zoals hiervoor is overwogen, niet beoordeeld of de surséance terecht is aangevraagd. Zij heeft op grond van de vaststaande feiten geoordeeld dat het tijdstip waarop en de omstandigheden waaronder de surséance is aangevraagd kan bijdragen aan twijfel over het voeren van een juist beleid. Daarbij heeft zij blijkens rov. 4.2 ook acht geslagen op de door YVC aangevoerde omstandigheden. Het oordeel van de Ondernemingskamer geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d645586e46b941edba6f479978f0dcb662c1ee1ed371679964e992dac6061c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d645586e46b941edba6f479978f0dcb662c1ee1ed371679964e992dac6061c6, en de alinea staat in dat document op bytes 10285 tot 11006.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d645586e46b941edba6f479978f0dcb662c1ee1ed371679964e992dac6061c6 | shasum -a 256