Citaat | Hoge Raad 6 juni 2001
Alinea 25 Hoge Raad 6 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2177.
3.2 Het gaat in dit geding om de vraag of over het voorgenomen besluit tot het aanvragen van surséance van betaling door de ondernemer op de voet van art. 25 WOR advies gevraagd had moeten worden aan de OR. De Ondernemingskamer heeft deze vraag bevestigend beantwoord. Daartoe heeft zij overwogen dat het gegeven dat gedurende een surséance van betaling de vennootschap geen daden van beheer of beschikking betreffende de boedel kan verrichten zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerder, leidt tot een belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming alsook in de verdeling van bevoegdheden binnen de onderneming. Daarom valt het besluit naar het oordeel van de Ondernemingskamer onder art. 25, lid 1, aanhef en onder e, WOR. Daaraan doet, aldus de Ondernemingskamer, niet af dat de beantwoording van de vraag op welke wijze omtrent een gedane aanvraag dient te worden beslist, tot de bevoegdheid van de rechtbank behoort.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91183abb3eee3d8cac04909ac10268203d3fd961fb9a7cefee9f3d3c12ea9776. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91183abb3eee3d8cac04909ac10268203d3fd961fb9a7cefee9f3d3c12ea9776, en de alinea staat in dat document op bytes 6959 tot 7927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91183abb3eee3d8cac04909ac10268203d3fd961fb9a7cefee9f3d3c12ea9776 | shasum -a 256