Citaat | Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 38 Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2178.

3.8 Bij de beoordeling van onderdeel 3 moet het volgende worden vooropgesteld. Anders dan het onderdeel (evenals onderdeel 2) veronderstelt, heeft de Rechtbank de vraag of [eiseres] voldoende belang heeft bij de door haar gevorderde verklaring voor recht niet alleen beoordeeld naar de situatie bestaande op het moment van het instellen van de vordering, maar ook naar in het geding vaststaande feiten die zich daarna hebben voorgedaan, zoals met name de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door ontbinding door de rechter. Voorts moet ervan worden uitgegaan dat - voor zover in cassatie van belang - het enige door [eiseres] aangevoerde belang bij de door haar gevorderde verklaring voor recht is het verkrijgen van schadevergoeding wegens inkomensverlies na de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst. In cassatie is niet opgekomen tegen hetgeen de Rechtbank in rov. 11 heeft geoordeeld over vergoeding van immateriële schade en gemaakte proceskosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5420b4e6173c1785701d4263e7215124543b60fe1bc59d7c6ee5c75daac29540. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5420b4e6173c1785701d4263e7215124543b60fe1bc59d7c6ee5c75daac29540, en de alinea staat in dat document op bytes 13273 tot 14244.