Citaat | Hoge Raad 19 juni 2001
Alinea 32 Hoge Raad 19 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2200.
Vanaf medio 1993 is er een oriënterend onderzoek naar de betrokkenheid van [verdachte] en/of de bedrijven waarvan hij directeur en/of aandeelhouder was bij gepleegde strafbare feiten. In verband daarmee werd een rechercheteam samengesteld met de codenaam RI-92. Het onderzoek leverde onvoldoende op om actie tegen [verdachte] te ondernemen door bijvoorbeeld huiszoeking toe te passen. Tijdens dat oriënterende onderzoek werd toevalligerwijs door de FIOD, afdeling Douanerecherche, team Weert, een onderzoek ingesteld tegen [C] BV uit [vestigingsplaats], omdat dit bedrijf ervan werd verdacht in de periode van 8 september 1993 tot 11 december 1993, gebruik te hebben gemaakt van vervalste T-1 formulieren inzake het vervoer van grote partijen sigaretten vanuit Rotterdam naar diverse bestemmingen in Spanje. Op basis daarvan vinden op 6 juni 1994 huiszoekingen plaats op een groot aantal plaatsen. Er wordt niet in beslag genomen die administratie die betrekking heeft op de verdenking, namelijk vervalste Tl-formulieren in de periode van september tot en met december 1993 van [C] BV, maar alle administratie en boekhouding vanaf 1990 van alle bedrijven van [verdachte], ook die bedrijven die in het geheel niets met transport te maken hebben, worden in beslag genomen, welke administratie en boekhouding in handen van onderzoeksteam RI-92 komt. In het rechtshulpverzoek aan Engeland d.d. 7 december 1994 staat iets heel anders. De huiszoeking van 6 juni 1994 in het kader van een op 27 mei 1994 geopend SFO zou zijn gericht tegen [verdachte], verdachte en [B] BV, waarbij [C] niet wordt genoemd. Die huiszoeking zou gegevens opleveren die doen vermoeden dat in het faillissement March is gerommeld. Niet duidelijk is welke stukken dat vermoeden hebben doen rijzen. Voor de overdracht wordt als reden opgevoerd: Door het onderzoeksteam RI-92 werd een onderzoek ingesteld in de in beslag genomen administratie teneinde het wederrechtelijk verkregen voordeel te kunnen bepalen met het oog op de ontneming daarvan. In het proces-verbaal is niet inzichtelijk gemaakt dat onderzoeksteam RI-92 tevens dient te functioneren als regionaal PLUKZE-team ten behoeve van de FOID in Weert. De strafzaak betreffende het FIOD-onderzoek is geseponeerd en het onderzoeksteam RI-92 komt met een nieuw fraude-onderzoek. Zo er al niet sprake is van abus de pouvoir, dan toch tenminste van détournement de pouvoir. De gegevens waarop het onderzoek is gegrond dat heeft geleid tot de huidige tenlastelegging zijn gegevens verkregen middels het FIOD-beslag en mitsdien kan een vervolgend orgaan niet worden ontvangen wanneer het stukken heeft verkregen waar het geen recht op had. Er is geen sprake van een met het Geweerarrest uit 1935 vergelijkbare situatie. De stukken waarover de FIOD beschikte, waren voor de FIOD geen aanleiding te vermoeden dat andere strafbare feiten waren gepleegd, maar zijn overgegeven aan een onderzoeksteam dat zelf in verband met onvoldoende verdenking niet gerechtigd was diezelfde stukken krachtens huiszoeking in beslag te nemen. Pas na verkrijging van deze stukken heeft dit onderzoeksteam daaruit strafbare feiten gedestilleerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a34ffab81e275977ffdca38ed50bcbe2d9eb39bf26559d716b3abe73614ed719. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a34ffab81e275977ffdca38ed50bcbe2d9eb39bf26559d716b3abe73614ed719, en de alinea staat in dat document op bytes 10375 tot 13533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a34ffab81e275977ffdca38ed50bcbe2d9eb39bf26559d716b3abe73614ed719 | shasum -a 256