Citaat | Hoge Raad 19 juni 2001

Alinea 44 Hoge Raad 19 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2200.

In art. 283 Sv is voorzien in de bevoegdheid van de verdachte om bij wijze van preliminair verweer onder meer de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in te roepen in een geval waarin die niet-ontvankelijkheid zonder nader onderzoek van de zaak kan blijken. Indien dat verweer door de rechter ontijdig of ongegrond wordt bevonden, wordt ingevolge het vijfde lid van art. 283 Sv het onderzoek der zaak zelf onmiddellijk voortgezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a34ffab81e275977ffdca38ed50bcbe2d9eb39bf26559d716b3abe73614ed719. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a34ffab81e275977ffdca38ed50bcbe2d9eb39bf26559d716b3abe73614ed719, en de alinea staat in dat document op bytes 18367 tot 18823.