Citaat | Hoge Raad 19 juni 2001

Alinea 38 Hoge Raad 19 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2202.

Indien het hof tot het oordeel komt dat sprake is geweest van het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner en zonder dat de daarvoor bij de Algemene wet op het binnentreden gestelde voorschriften zijn nageleefd, zal het, gelet op het bepaalde in art. 359a Sv, onder ogen dienen te zien of aan dat verzuim enig gevolg moet worden verbonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2f8c1fbac808e8e7cfc846798bfe8e0f0221c173a7e7788aba1237f94e70ade. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2f8c1fbac808e8e7cfc846798bfe8e0f0221c173a7e7788aba1237f94e70ade, en de alinea staat in dat document op bytes 13228 tot 13601.