Citaat | Hoge Raad 22 juni 2001
Alinea 136 Hoge Raad 22 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2238.
"Aangenomen dat, wil er sprake zijn van "gebruik te goeder trouw" (door de voorgebruiker) in de zin van art. 4 onder 6a, nodig is dat (komt vast te staan dat) de voorgebruiker bij de aanvang van zijn gebruik bepaalde feiten niet kende, is zijn gebruik dan reeds te goeder trouw wanneer hij die feiten niet kende (louter subjectieve goede trouw), dan wel slechts indien hij die feiten niet kende, maar ook niet behoefde te kennen (geobjectiveerde goede trouw)?"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fa4315c45cfa0caec6f5e511b2ca508bcde766ceb23208871f9b70f2eb6fa4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fa4315c45cfa0caec6f5e511b2ca508bcde766ceb23208871f9b70f2eb6fa4f, en de alinea staat in dat document op bytes 39686 tot 40159.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fa4315c45cfa0caec6f5e511b2ca508bcde766ceb23208871f9b70f2eb6fa4f | shasum -a 256