Citaat | Hoge Raad 22 juni 2001

Alinea 67 Hoge Raad 22 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2238.

3.4 Onderdeel 1 klaagt dat het Hof bij de beantwoording van de vraag of het voorgebruik van Ortho te goeder trouw heeft plaatsgevonden in de zin van art. 4 lid 6 sub a BMW, is uitgegaan van een onjuiste maatstaf. De subonderdelen strekken ten betoge dat van goede trouw in de zin van art. 4 lid 6 aanhef en onder a slechts dan sprake kan zijn indien Ortho bij de aanvang van haar voorgebruik (al dan niet op grond van een rechtstreekse betrekking met ACC) wist dat ACC het onderhavige merk buiten de Benelux al eerder gebruikte (voor-voorgebruik) en dat derhalve bij de beoordeling van de goede trouw van een subjectieve maatstaf dient te worden uitgegaan. Deze onderdelen doen de vraag rijzen of het begrip goede trouw van art. 4 lid 6 sub a in deze beperkte (subjectieve) of in ruime (objectieve) zin moet worden uitgelegd. De beantwoording van deze vraag vereist een uitleg van deze bepaling door het Benelux-Gerechtshof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fa4315c45cfa0caec6f5e511b2ca508bcde766ceb23208871f9b70f2eb6fa4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fa4315c45cfa0caec6f5e511b2ca508bcde766ceb23208871f9b70f2eb6fa4f, en de alinea staat in dat document op bytes 16200 tot 17137.