Citaat | Hoge Raad 22 juni 2001
Alinea 69 Hoge Raad 22 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2238.
3.6 White Hall en ACC hebben in cassatie aangevoerd dat de vraag of het voorgebruik in de Benelux al dan niet als te goeder trouw kan worden aangemerkt, geen beantwoording behoeft, indien hun standpunt wordt aanvaard dat de buitenlandse belanghebbende, die de oudere houder is van zeer sterke rechten met betrekking tot een merk in een derde land dat de grootste markt voor de desbetreffende producten vormt en dat op de wereldmarkt als toonaangevend geldt en ten aanzien van welk merk verwarring ten opzichte van een in de Benelux gebruikt, maar niet gedeponeerd merk verwacht mag worden, zijn eigen belangen niet bij de voorgebruiker in de Benelux, zelfs als dat voorgebruik te goeder trouw is, behoeft achter te stellen. Daarmee komt de vraag aan de orde of onder deze omstandigheden de mogelijkheid bestaat dat van het te kwader trouw deponeren in de zin van art. 4 lid 6 BMW niet kan worden gesproken. Ook daarover zal de Hoge Raad een vraag van uitleg aan het Benelux-Gerechtshof stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fa4315c45cfa0caec6f5e511b2ca508bcde766ceb23208871f9b70f2eb6fa4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fa4315c45cfa0caec6f5e511b2ca508bcde766ceb23208871f9b70f2eb6fa4f, en de alinea staat in dat document op bytes 17787 tot 18794.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fa4315c45cfa0caec6f5e511b2ca508bcde766ceb23208871f9b70f2eb6fa4f | shasum -a 256