Citaat | Hoge Raad 22 juni 2001
Alinea 27 Hoge Raad 22 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2240.
3.4 Blijkens de beschikking van 12 december 2000 heeft de Rechtbank geoordeeld dat de Officier van Justitie een machtiging heeft gevorderd tot voortgezet verblijf voor de maximale duur van één jaar. De onderdelen, die zich niet tegen dit oordeel richten, missen dan ook feitelijke grondslag, nu daarin ervan wordt uitgegaan dat de Rechtbank door bij de beschikking van 24 november 2000 een machtiging te verlenen tot voortgezet verblijf tot 23 december 2000 reeds volledig heeft beslist op de vordering van de Officier van Justitie. Opmerking verdient hierbij nog dat de rechter in beginsel binnen de in art. 17 lid 2 Bopz gestelde termijn dient te beslissen op de vordering zoals die door de officier van justitie is ingesteld, doch dat hij - geen wettelijke bepaling verzet zich daartegen - op grond van bijzondere omstandigheden, zoals de zich in het onderhavige geval voordoende omstandigheid dat het niet mogelijk is gebleken de patiënt tijdig overeenkomstig het voorschrift van art. 8 lid 1 Bopz te horen, de beslissing met betrekking tot de totale duur van de periode van het voortgezette verblijf voor een korte termijn kan aanhouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df4cc833cf7a7023177caef9eefc41a951ce0b1d102ea23fb0d2f95ef0adb81e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df4cc833cf7a7023177caef9eefc41a951ce0b1d102ea23fb0d2f95ef0adb81e, en de alinea staat in dat document op bytes 9846 tot 11006.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df4cc833cf7a7023177caef9eefc41a951ce0b1d102ea23fb0d2f95ef0adb81e | shasum -a 256