Citaat | Hoge Raad 19 juni 2001

Alinea 16 Hoge Raad 19 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2245.

3.2. Nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verkorting van de termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte en blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep de verdachte daar niet is verschenen en verstek tegen hem is verleend, had de Rechtbank het onderzoek ter terechtzitting op grond van art. 413 Sv in samenhang met art. 265, derde lid, Sv, een en ander in verband met de art. 425 en 426a, eerste lid, Sv, dienen te schorsen. De Rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting echter voortgezet nadat verstek tegen de niet verschenen verdachte was verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e9cd216d3adecf3c8ec64c62da330639249d1496e78ca07f855cf6881fb7aac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e9cd216d3adecf3c8ec64c62da330639249d1496e78ca07f855cf6881fb7aac, en de alinea staat in dat document op bytes 6303 tot 6952.