Citaat | Hoge Raad 19 juni 2001
Alinea 42 Hoge Raad 19 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2247.
3.6. Het Hof heeft ten aanzien van de in de brieven van 19 december 1991 genoemde percelen (de tenlastegelegde feiten 3,4 en 5) geoordeeld dat als beginpunt van de redelijke termijn dient te worden aangemerkt mei 1992, omdat de verdachte er toen vanuit mocht gaan dat zij ten aanzien van die percelen in rechte zou worden betrokken. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat die brieven inhouden dat de Officier van Justitie de verdachte in genoemde brieven een uiterste termijn stelde, waarbij vervolging in het vooruitzicht werd gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b, en de alinea staat in dat document op bytes 11126 tot 11752.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b | shasum -a 256