Citaat | Hoge Raad 19 juni 2001
Alinea 44 Hoge Raad 19 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2247.
3.7. De tweede klacht van het middel richt zich tegen de overweging van het Hof dat de Officier van Justitie weliswaar heeft aangevoerd dat het in dit soort zaken, indien een administratiefrechtelijke procedure is geëntameerd, gebruikelijk is met vervolgen te wachten totdat de bestuursrechter uitspraak heeft gedaan, maar dat niet aannemelijk is geworden dat de Officier van Justitie aan de verdachte heeft kenbaar gemaakt dat om die reden vervolgingshandelingen werden uitgesteld. In de toelichting op deze klacht wordt betoogd dat bij brief van 30 oktober 1994 door de Officier van Justitie aan de verdachte is medegedeeld dat geen strafvervolging werd ingesteld in afwachting van de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Door deze brief in cassatie voor het eerst in het geding te brengen, miskent de klacht dat in cassatie niet met vrucht een beroep kan worden gedaan op feiten en omstandigheden die bij het onderzoek in feitelijke aanleg niet zijn vastgesteld of aangevoerd. Ook deze klacht faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b, en de alinea staat in dat document op bytes 14179 tot 15228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b | shasum -a 256