Citaat | Hoge Raad 19 juni 2001
Alinea 53 Hoge Raad 19 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2247.
3.11. Het voorgaande in aanmerking genomen, alsmede het hiervoor onder 3.2 weergegeven procesverloop - waaronder de omstandigheid dat het na de uitspraak van het College van het beroep voor het Bedrijfsleven nog bijna tweeëneenhalf jaar heeft geduurd voordat de zaak ter terechtzitting van de Rechtbank aanhangig is gemaakt - geeft ’s Hofs oordeel dat in deze zaak een niet-ontvankelijk-verklaring moet volgen, geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd. De laatste overweging van het Hof op blz.3 van zijn arrest is kennelijk een overweging ten overvloede, zodat het middel zich daartegen tevergeefs keert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b, en de alinea staat in dat document op bytes 17285 tot 17946.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/958e9cd2775b31ec08157eda68ed19b61ce182cfb66a2750c0cec57e53ea051b | shasum -a 256