Citaat | Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 19 Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2314.

3.2. 's Hofs oordeel dat bij het op 22 oktober 1996 ingestelde onderzoek alleen de aanvaardbaarheid van aangiften werd onderzocht en dat derhalve bij dat onderzoek sprake was van een controle-onderzoek en niet van een opsporingsonderzoek naar mogelijk door belanghebbende gepleegde strafbare feiten, is van feitelijke aard. Het is voorts niet onbegrijpelijk, ook niet in het licht van de omstandigheid dat de betrokken ambtenaren tijdens het onderzoek kennis droegen van belanghebbendes strafdossier. Anders dan waarvan middel I kennelijk uitgaat, behoefde het Hof uit het door belanghebbende aangevoerde, te weten dat hij in de loop van het onderzoek dat onderzoek is gaan ervaren als een opsporingsonderzoek, vooral toen belanghebbendes strafdossier ter tafel kwam, niet de conclusie te trekken dat jegens belanghebbende toen reeds een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting heeft kunnen ontlenen dat de Inspecteur een verhoging zou opleggen. Middel I is derhalve ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f8be50ec84d26320a60fc02459d0ec4a37e4d0675edb6fd4392980d0098ec0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f8be50ec84d26320a60fc02459d0ec4a37e4d0675edb6fd4392980d0098ec0f, en de alinea staat in dat document op bytes 9117 tot 10133.