Citaat | Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 37 Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2435.
(ii) Op 21 mei 1991 hebben Kuron als cedent en de bank als cessionaris, schriftelijk, een stamcessie-overeenkomst gesloten. Daarbij heeft Kuron zich verbonden om, kort weergegeven, tot zekerheid voor de betaling van hetgeen de bank te eniger tijd uit welken hoofde en onder welke benaming dan ook van Kuron te vorderen heeft of zal hebben, alle vorderingen die Kuron op haar schuldenaren mocht hebben of zou verkrijgen, aan de bank over te dragen. Voorts verbond Kuron zich ertoe éénmaal per maand of zoveel vaker als de bank dit zou verlangen, aan de bank schriftelijk opgave te doen van bedoelde vorderingen onder gelijktijdige terhandstelling aan de bank van de kwitanties en het endossabel handelspapier dat op deze vorderingen betrekking heeft. Bij deze overeenkomst heeft de bank, kort gezegd, verklaard de levering van bestaande vorderingen aan te nemen en toekomstige leveringen van vorderingen bij voorbaat aan te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012, en de alinea staat in dat document op bytes 9856 tot 10800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012 | shasum -a 256