Citaat | Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 55 Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2435.
3.2.3 De Rechtbank heeft de vorderingen van de curator afgewezen. Wat de onder (1) vermelde vordering betreft heeft de Rechtbank geoordeeld dat de bank aan de faxbrieven van 9 en 28 december 1993 en aan die van 7 januari 1994, redelijkerwijs de betekenis mocht toekennen dat Kuron de daarin vermelde vorderingen aan de bank wilde verpanden. Wat de onder (2) vermelde vordering betreft heeft de Rechtbank geoordeeld dat, voorzover de curator zich beroept op art. 42 F., de vordering moet worden afgewezen omdat de verpandingen niet onverplicht zijn geschied. Voorzover de vordering berust op het bepaalde bij art. 47. moet zij worden afgewezen omdat de door de curator gestelde feiten en omstandigheden de conclusie dat van samenspanning tussen Kuron en de bank sprake is geweest, niet rechtvaardigen. Afwijzing van de vorderingen onder (1) en (2) brengt naar het oordeel van de Rechtbank mee dat ook de onder (3) en (4) vermelde vorderingen moeten worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012, en de alinea staat in dat document op bytes 15705 tot 16683.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012 | shasum -a 256