Citaat | Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 61 Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2435.
3.3.4 Waar art. 3:239 voor de vestiging van stil pandrecht op een vordering, anders dan bij notariële akte, een onderhandse akte eist, heeft deze bepaling een akte op het oog zoals bedoeld in art. 183 lid 3 Rv. Vereist is dus een door de pandgever ondertekend geschrift. In het onderhavige geval wordt niet aangevoerd dat de verpandingen van vorderingen op 9 en 28 december 1993 en op 7 januari 1994 niet bij onderhandse akten zijn geschied.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012, en de alinea staat in dat document op bytes 18616 tot 19072.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfa5ae85575f682f406030e89709a0fad81a4ce4a0d07db22c9a8e91c1fd5012 | shasum -a 256