Citaat | Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 35 Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2438.
In het onderhavige geval is geen sprake van en gebrek dat van dien aard is dat valt aan te nemen dat het exploit de Gemeente niet heeft bereikt. Het Hof heeft immers - in cassatie onbestreden - vastgesteld dat integendeel gevoeglijk ervan kan worden uitgegaan dat het exploit van 12 oktober 1999 de Gemeente heeft bereikt. De aard van het gebrek is ook niet zodanig dat van de Gemeente niet kon worden gevergd dat zij op dit exploit zou verschijnen. Het exploit is immers ten kantore van haar eigen advocaat betekend. Onder deze omstandigheden dient op grond van het bepaalde in art. 93 Rv. - welke bepaling van overeenkomstige toepassing is op andere exploiten waarbij een partij haar wederpartij voor de rechter oproept (HR 25 april 1997, nr. 16287, NJ 1997, 528) - niet de nietigheid van voormeld exploit te worden uitgesproken (HR 9 juni 1989, nrs. 14010 en 14032, NJ 1990, 106 en 107). Het onderdeel kan derhalve bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23940f02563867a71182afbfed5a0c3567185c7e795d391ae3227fb23682bbac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23940f02563867a71182afbfed5a0c3567185c7e795d391ae3227fb23682bbac, en de alinea staat in dat document op bytes 12254 tot 13232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23940f02563867a71182afbfed5a0c3567185c7e795d391ae3227fb23682bbac | shasum -a 256