Citaat | Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 38 Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2438.
De eerste klacht van onderdeel 2 betoogt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de term "hervatting" in art. 279 lid 2 Rv. uitsluitend ziet op hervatting in de zin van Boek I, derde titel, afdeling 12, Rv. en vergelijkbare situaties. Betoogd wordt dat art. 279 lid 2 ook ziet op het hier aan de orde zijnde geval waarin na cassatie en verwijzing de appelinstantie (voor een andere appelrechter) moet worden voortgezet. De klacht kan niet tot cassatie leiden. De termijnverlenging van art. 279 lid 2 ziet slechts op gevallen waarin na voorafgaande schorsing een eis tot hervatting kan worden gedaan. Nu, naar volgt uit het in 3.4 overwogene, van (voorafgaande) schorsing in het onderhavige geval geen sprake is (geweest), is een termijnverlenging als evenbedoeld hier niet aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23940f02563867a71182afbfed5a0c3567185c7e795d391ae3227fb23682bbac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23940f02563867a71182afbfed5a0c3567185c7e795d391ae3227fb23682bbac, en de alinea staat in dat document op bytes 14730 tot 15534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23940f02563867a71182afbfed5a0c3567185c7e795d391ae3227fb23682bbac | shasum -a 256