Citaat | Hoge Raad 29 juni 2001

Alinea 17 Hoge Raad 29 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2549.

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de vader - heeft eiseres tot cassatie - verder te noemen: de moeder - in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Rotterdam en gevorderd de moeder te gelasten om terstond na betekening van het te dezen te wijzen vonnis [het kind] - verder te noemen: het kind - aan de vader te geven, alsmede dat de moeder aan justitiële autoriteiten mededeling doet omtrent de verblijfplaats van het kind, met machtiging van de vader om dit vonnis met behulp van politie en justitie onmiddellijk ten uitvoer te leggen. Vervolgens heeft de vader bij akte zijn eis vermeerderd in die zin dat het ouderlijk gezag bij uitsluiting aan hem wordt toegewezen tot het tijdstip, waarop in de bodemprocedure over het gezag een beslissing is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07cfca962b09818534b3224d84fc0564785dd5dfbc9bf24de78f1b25b9e3a96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07cfca962b09818534b3224d84fc0564785dd5dfbc9bf24de78f1b25b9e3a96, en de alinea staat in dat document op bytes 4917 tot 5716.