Citaat | Hoge Raad 29 juni 2001
Alinea 32 Hoge Raad 29 juni 2001
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2549.
(iii) In die zaak (hierna: de bodemprocedure) heeft de Rechtbank, nadat de zaak op 20 november 1998 ter terechtzitting was behandeld, bij beschikking van 4 december 1998 bepaald dat hangende een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming te Rotterdam, de verblijfplaats van het kind bij de vader zal zijn. Voorts is er een voorlopige omgangsregeling bepaald tussen de moeder en het kind.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07cfca962b09818534b3224d84fc0564785dd5dfbc9bf24de78f1b25b9e3a96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07cfca962b09818534b3224d84fc0564785dd5dfbc9bf24de78f1b25b9e3a96, en de alinea staat in dat document op bytes 9064 tot 9470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f07cfca962b09818534b3224d84fc0564785dd5dfbc9bf24de78f1b25b9e3a96 | shasum -a 256