Citaat | Hoge Raad 29 juni 2001

Alinea 36 Hoge Raad 29 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2549.

3.2 De vader heeft vervolgens de moeder gedagvaard in kort geding voor de President van de Rechtbank en veroordeling van de moeder gevorderd om het kind aan hem af te geven en mededeling te doen aan de justitiële autoriteiten omtrent haar verblijfplaats, met machtiging het vonnis ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm en op straffe van lijfsdwang. Bij akte heeft hij vervolgens nog zijn eis vermeerderd in die zin dat het ouderlijk gezag bij uitsluiting aan hem wordt toegewezen tot het tijdstip, waarop in de bodemprocedure over het gezag een beslissing is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07cfca962b09818534b3224d84fc0564785dd5dfbc9bf24de78f1b25b9e3a96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07cfca962b09818534b3224d84fc0564785dd5dfbc9bf24de78f1b25b9e3a96, en de alinea staat in dat document op bytes 10453 tot 11047.