Citaat | Hoge Raad 13 juli 2001

Alinea 44 Hoge Raad 13 juli 2001

Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2563.

een werkgever zijn werknemer aan een vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst kunnen houden, sprake moet zijn van een verklaring of gedraging van de zijde van de werknemer, die duidelijk en ondubbelzinnig is gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst, terwijl bovendien de werkgever met redelijke zorgvuldigheid zich ervan moet hebben vergewist dat de werknemer inderdaad beëindiging van de arbeidsovereenkomst beoogt. Na een onderzoek van het beschikbare bewijsmateriaal, bestaande uit een aantal stukken en uit verklaringen van getuigen, kwam de Rechtbank aan de hand van deze maatstaf tot de slotsom dat FVC had bewezen dat de onderhavige arbeidsovereenkomst per 1 oktober 1996 vrijwillig door [eiser] was beëindigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20e97b8ab12f39f10dfd3f3c79be9c36d599467aadda24a8426f049c68a9ed41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20e97b8ab12f39f10dfd3f3c79be9c36d599467aadda24a8426f049c68a9ed41, en de alinea staat in dat document op bytes 9695 tot 10448.