Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2001
Alinea 54 Hoge Raad 12 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2566.
3.5.1Onderdeel 4 betreft het volgende. De Staat heeft zich beroepen op verjaring van de vordering van [verweerster] ingevolge de wet van 31 oktober 1924, Stb. 482 (verder: de verjaringswet). Indien men ervan uitgaat dat de verjaring is gestuit door de hiervoor in 3.1 onder (vii) vermelde brief, dan is - volgens de Staat - de vordering van [verweerster] verjaard voorzover het de in de jaren 1978 tot en met 1984 betaalde omzetbelasting betreft. Dit betoog van de Staat heeft het Hof verworpen in zijn rov. 7. Het Hof overwoog daartoe dat de Staat, door publicatie van de Resolutie achterwege te laten, aan [verweerster] de wetenschap heeft onthouden dat zij met een beroep op de Resolutie aanspraak zou kunnen maken op teruggave van de van haar geheven omzetbelasting en dat dit haar eerst door de publicatie van de hiervoor in 3.1 onder (vi) vermelde uitspraak van het Hof duidelijk is kunnen worden. Naar 's Hofs oordeel brengt een redelijke wetstoepassing onder deze omstandigheden mee dat de verjaring op grond van de verjaringswet eerst met ingang van de datum van publicatie van voormelde uitspraak is aangevangen. Hiertegen keert zich het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565d99d55e1b589751b973f6ad1f88a40bb9596f73471cf96bcc91dbe6897633. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565d99d55e1b589751b973f6ad1f88a40bb9596f73471cf96bcc91dbe6897633, en de alinea staat in dat document op bytes 19435 tot 20606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/565d99d55e1b589751b973f6ad1f88a40bb9596f73471cf96bcc91dbe6897633 | shasum -a 256