Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2001

Alinea 55 Hoge Raad 12 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2566.

3.5.2 In zijn arresten van 9 oktober 1992, nrs. 15668 - 14671, NJ 1994, 286 en 9 oktober 1992, nrs. 14672 - 14675, NJ 1994, 286 en 287, heeft de Hoge Raad een uitzondering aanvaard op de in de verjaringswet geregelde verjaring terzake van de rechtsvordering strekkende tot vergoeding van schade als gevolg van bodemverontreiniging. Bij zijn arrest van 15 oktober 1999, nr. C98/004, NJ 2000, 138, heeft de Hoge Raad, onder verwijzing naar zijn arrest van 22 september 1995, nr. 15683, NJ 1997, 418, geoordeeld dat geen aanleiding ervoor bestaat een dergelijke uitzondering eveneens te aanvaarden in een geval waarin de schade het gevolg is van door de overheid gedane onjuiste mededelingen. Voor het aanvaarden van een dergelijke uitzondering is, anders dan het Hof heeft geoordeeld, evenmin aanleiding in het onderhavige geval waar de schade het gevolg is van het door de overheid achterwege laten van mededelingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565d99d55e1b589751b973f6ad1f88a40bb9596f73471cf96bcc91dbe6897633. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565d99d55e1b589751b973f6ad1f88a40bb9596f73471cf96bcc91dbe6897633, en de alinea staat in dat document op bytes 20645 tot 21573.