Citaat | Hoge Raad 13 juli 2001
Alinea 17 Hoge Raad 13 juli 2001
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2597.
3.2. Het Hof heeft daartoe geoordeeld dat de waarde in het economische verkeer ten tijde van het overlijden van erflaatster in beginsel kan worden gesteld op de verkoopprijs die 49 dagen na dat overlijden is behaald, en dat belanghebbende, op wie te dezen de bewijslast rust, noch met de door hem aangevoerde gegevens met betrekking tot de waardeontwikkeling van tussenwoningen te Q tussen 12 december 1997 en 29 januari 1998, noch op andere wijze aannemelijk heeft gemaakt dat de woning op een te hoog bedrag is gewaardeerd. Door aldus te oordelen heeft het Hof de bewijslast niet onjuist verdeeld. Evenmin geeft 's Hofs oordeel blijk van een onjuiste opvatting omtrent het bepaalde in artikel 21, lid 1, van de Successiewet 1956. Voor het overige berust het op de aan het Hof voorbehouden waardering van de bewijsmiddelen zodat het, nu het in het licht van hetgeen partijen blijkens 's Hofs uitspraak en de stukken van het geding ter ondersteuning van hun stellingen hebben aangevoerd niet onbegrijpelijk is, in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bedd93aa8226e3bfdf3e3420f025b8519c6c12e29ce3ccbe12526f15e9f221b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bedd93aa8226e3bfdf3e3420f025b8519c6c12e29ce3ccbe12526f15e9f221b7, en de alinea staat in dat document op bytes 6055 tot 7129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bedd93aa8226e3bfdf3e3420f025b8519c6c12e29ce3ccbe12526f15e9f221b7 | shasum -a 256