Citaat | Hoge Raad 13 juli 2001

Alinea 31 Hoge Raad 13 juli 2001

Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2642.

4.2. Het middel faalt. Het Hof heeft geoordeeld dat tussen de door belanghebbende van B S.A. opgenomen geldlening en de dividenduitkeringen door G B.V. aan B S.A. niet zodanige rechtstreekse verbanden zijn aan te wijzen, dat de conclusie gerechtvaardigd is dat buiten het financieringsprogramma voor de verwerving van de aandelen A N.V., bij belanghebbende schulden zijn ontstaan in directe samenhang met de uitkering van dividenden door G B.V. met als doorslaggevende beweegreden het ontgaan van vennootschapsbelasting. Dit oordeel, waarmee het Hof tot uitdrukking heeft gebracht dat de vermelde rechtshandelingen geen samenstel van rechtshandelingen vormen, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk. Uitgaande van het ontbreken van een samenstel van rechtshandelingen heeft het Hof voorbij mogen gaan aan de omstandigheid dat de aankoop van het pakket aandelen in A N.V. ook op een andere wijze had kunnen worden gefinancierd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae925d8f1631133cd442cc868dbdc9b0f993f280acc411879fac05d204ff54fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae925d8f1631133cd442cc868dbdc9b0f993f280acc411879fac05d204ff54fe, en de alinea staat in dat document op bytes 9926 tot 11035.