Citaat | Hoge Raad 3 juli 2001

Alinea 25 Hoge Raad 3 juli 2001

Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2732.

3.3. Het Hof heeft geoordeeld dat de schendingen van het bepaalde in art. 98, eerste onderscheidenlijk tweede lid, Sv in beginsel tot bewijsuitsluiting moeten leiden. Dat niettemin niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging dient te volgen heeft het Hof gebaseerd op de bijzondere kenmerken van deze zaak, namelijk dat onder de geheimhoudingsplicht vallend materiaal onderdeel is gaan uitmaken van het strafdossier en dat op grond daarvan een uitgebreid nader opsporingsonderzoek is uitgevoerd waarin onder andere patiënten van de verdachte en zorgverzekeraars zijn gehoord, waardoor, aldus nog steeds het Hof, een zeer belangrijk rechtsbeginsel in ernstige mate is geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cab4dbb3b33e73f6996c30207c93ee8165abb3d768757511531662b3fef773d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cab4dbb3b33e73f6996c30207c93ee8165abb3d768757511531662b3fef773d, en de alinea staat in dat document op bytes 9026 tot 9747.