Citaat | Hoge Raad 3 juli 2001
Alinea 29 Hoge Raad 3 juli 2001
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2732.
Weliswaar vormt dat arrest in zoverre een uitzondering op hetgeen hierboven onder 3.4 is vooropgesteld dat er toen geen sprake was van schending van de belangen van de verdachte als hiervoor bedoeld. Maar in die zaak ging het om een handelwijze van de Officier van Justitie - het doen van een toezegging aan de verdachte die erop neer kwam dat onder omstandigheden een rechterlijke uitspraak op een in te stellen vervolging niet (geheel) zou worden tenuitvoergelegd - die in strijd was met de grondslagen van het strafproces en met name met de wettelijk voorziene verdeling van bevoegdheden en verplichtingen tussen het openbaar ministerie en de rechter; aldus werd het wettelijk systeem in de kern geraakt. Aan de orde was toen derhalve het fundamentele belang dat de gemeenschap heeft bij inachtneming van de bevoegdheidsverdeling tussen het openbaar ministerie en de onafhankelijke rechter, zoals die in het wettelijk systeem ten aanzien van vervolging, berechting en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen is vervat. Van een dergelijk geval is hier geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cab4dbb3b33e73f6996c30207c93ee8165abb3d768757511531662b3fef773d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cab4dbb3b33e73f6996c30207c93ee8165abb3d768757511531662b3fef773d, en de alinea staat in dat document op bytes 11407 tot 12496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cab4dbb3b33e73f6996c30207c93ee8165abb3d768757511531662b3fef773d | shasum -a 256