Citaat | Hoge Raad 2 november 2001
Alinea 41 Hoge Raad 2 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 2 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2733.
3.6 Uit hetgeen in 3.5 is overwogen, vloeit voort dat de in 3.4.1 onder b weergegeven stelling van [eiser] juist is, maar wat het instellen van een vordering als de onderhavige betreft niet tot de daaraan door [eiser] verbonden conclusies onder a en c leidt, en voorts dat het hiervoor in 3.4.3 weergegeven oordeel van het Hof, dat de verwerping van [eisers] verweer zelfstandig draagt, niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Nu dat oordeel geen nadere motivering behoefde en niet onbegrijpelijk is, faalt het middel derhalve in al zijn onderdelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db349e4827a2e82ecdd76ef5fc21086309b599f22a3f9b3bf6b0c613d599ceda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db349e4827a2e82ecdd76ef5fc21086309b599f22a3f9b3bf6b0c613d599ceda, en de alinea staat in dat document op bytes 12533 tot 13106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db349e4827a2e82ecdd76ef5fc21086309b599f22a3f9b3bf6b0c613d599ceda | shasum -a 256