Citaat | Hoge Raad 2 november 2001

Alinea 44 Hoge Raad 2 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 2 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2733.

3.9 Volgens onderdeel B legt het Hof hier een onjuiste criterium aan door voor een beroep op artikel 7 lid 2 Uitvoeringsbesluit te eisen dat [eiser] te goeder trouw mocht menen dat niet meer belasting verschuldigd zou zijn dan was aangegeven. Zijn beroep op deze bepaling zou slechts mogen worden afgewezen ingeval van opzet of grove schuld van het lichaam. Ook dit onderdeel mist feitelijke grondslag. Waar het Hof met zijn oordeel in het vervolg van rov. 4.8 dat aan [eiser] als bestuurder verweten kan worden dat de vennootschap niet overeenkomstig de boekhouding aangifte heeft gedaan, klaarblijkelijk heeft bedoeld toepassing te geven aan dit criterium van goede trouw, en die toepassing ten grondslag heeft gelegd aan de verwerping van [eisers] beroep op artikel 7 lid 2, waar met zoveel woorden wordt gesproken over opzet of grove schuld van het lichaam, heeft het met dit criterium kennelijk op de in deze bepaling neergelegde vereisten gedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db349e4827a2e82ecdd76ef5fc21086309b599f22a3f9b3bf6b0c613d599ceda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db349e4827a2e82ecdd76ef5fc21086309b599f22a3f9b3bf6b0c613d599ceda, en de alinea staat in dat document op bytes 14810 tot 15776.